Doet de verwarming het nog? Zijn er geen lampen kapot? Hoe staat het met de banden? Kan dat ruitenwissertje nog mee? En voor wie er naar de wintersport vertrekt: hoe gaan die sneeuwkettingen ook alweer om de wielen?
Heel vroeger gaven we de krukas van een motortje handmatig een slinger en dan kwam hij al dan niet proestend tot leven. Tegenwoordig gebruiken we een startmotor, die relatief veel stroom vraagt. Uw accu moet dus goed in orde zijn.
Storing numero één bij winters weer is een accu die dienst weigert. Aanduwen op glad ijs is ook niet ideaal. Steeds langzamer draaien van de startmotor is vaak een teken dat uw accu z'n beste tijd heeft gehad. Wie niet meteen een nieuwe accu wil kopen maar desondanks zekerheid wenst, kan startkabels in zijn auto meenemen zodat eventueel een beroep op andermans batterij kan worden gedaan. Denk erom: plus aan plus en min aan min!
Wegcontact is essentieel. Daarbij is profieldiepte van banden op een natte of besneeuwde weg onontbeerlijk. Wettelijk mag u nog rijden met 1,6 mm profieldiepte, de ANWB raadt minimaal 2 mm aan. Zelfs dat is met gewone zomerbanden echter aan de ondiepe kant. Minimaal 3 tot 4 mm aanhouden is verstandig. De specifieke 'winterband' wint ook hier meer terrein. Deze heeft een andere rubbersamenstelling (compound), waardoor er meer grip bij lagere temperaturen bestaat. Bovendien is het profiel voor winterse omstandigheden geoptimaliseerd, zodat de afvoer van ijsdeeltjes en vuil beter is.
Winterbanden hebben al nut bij een temperatuur lager dan 7 graden. Maak op tijd een afspraak om ze te laten monteren, in oktober en november is sprake van lange wachttijden. Natuurlijk moet ook de bandenspanning in orde zijn en moeten de banden voor de winter op barstjes of scheuren worden gecontroleerd. Vergeet de bandbinnenkant niet.
Spijkerbanden zijn 's winters alleen in Scandinavische landen toegestaan, op alle andere Europese wegen zijn ze verboden. Lach er maar om, maar het gebeurt: automobilisten die hun slotontdooier ín de auto bewaren. Dan sta je 's ochtends toch beteuterd te kijken. In de jaszak houden dus.
Sloten vooraf prepareren tegen bevriezing is niet meer nodig en bij moderne sloten zelfs af te raden; die kunnen er verstopt door raken.
Ruitenwissers zijn een must. Het sproeierreservoir moet met vorstbestendige vloeistof zijn gevuld. Vul dat vóór de winter bij. Wie een langere rit maakt, doet er verstandig aan om een extra flacon mee te nemen.
Vastvriezen van de ruitenwissers kan worden voorkomen door ze 's nachts los te zetten van de ruit, of eronder karton of kranten aan te brengen. Denk ook aan de achterruitwisser. Bij vastgevroren wissers niet vergeten om ze eerst los te maken, anders trek je de rubbers kapot of verbrandt de ruitenwissermotor.
Ruitenkrabben is essentieel. Een gewoon stuk hard plastic is vaak beter dan modieuze gevallen-met-handschoen. In noodgevallen kan de rand van een cd-doosje worden gebruikt.
Parkeren. Bij ultrakoud weer de auto in de eerste versnelling parkeren en de handrem niet aantrekken (tenzij dat natuurlijk veiligheidshalve moet) om vastvriezen te voorkomen. Desnoods op een helling blokken achter de wielen aanbrengen.
Radiator. Vroeger gooiden we 's winters een dosis antivries bij het water in de radiator. Tegenwoordig gebruiken we zomer en winter speciale koelvloeistof. Het niveau daarvan moet op peil zijn en bovendien moet de vorstbestendigheid in orde zijn. Met een speciale meter kan dat worden gecontroleerd. Als vuistregel geldt: min 25 graden minimaal. Als u net een andere auto heeft, kan het goed zijn dat uw sneeuwkettingen daarvoor niet meer geschikt zijn. Controleer daarom de maat.
Kettingen. Wie naar de wintersport vertrekt, is wettelijk verplicht om in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Frankrijk kettingen in de auto te hebben. Oefen thuis (met handschoenen aan) met het omleggen ervan. Monteer ze om de aangedreven wielen. Doe dat onderweg niet als er op een helling gladheidsproblemen ontstaan, maar beneden op een vlak stuk. De maximumsnelheid met gemonteerde sneeuwkettingen ligt op 50 km/u. Wie toch vast komt te zitten, kan eventueel de vloermatjes uit de auto halen om ze voor meer grip onder de doorslippende wielen leggen. Ook handig om op te zitten bij het aanbrengen van de kettingen.
Common-rail dieselmotoren spuiten met hoge druk in en zijn uiterst gevoelig voor de juiste dieselbrandstof. 's Winters wordt de samenstelling daarvan dan ook door de verschillende maatschappijen aangepast om 'vlokken' van diesel bij lagere temperaturen te voorkomen. Vaak is de kwaliteit in 'koude' landen anders dan hier. Een dieselauto rijdt niet zelden 700 tot 1000 km op één tank, dus u kunt aankomen met 'Nederlandse' brandstof.
Tanken bij aankomst of reeds onderweg. Een kleine hoeveelheid benzine bijmengen om vlokken te voorkomen, zoals vroeger wel eens gebeurde, is tegenwoordig uit den boze. Het ruïneert de moderne inspuitpomp. Er zijn ook accessoires waarmee gevoelige onderdelen zoals het brandstoffilter kunnen worden verwarmd, zodat de kans op verstopping vermindert.
KEN UW WAGEN
Wie op gladde wegen rijdt, kan worden geconfronteerd met een slippende auto. Handig om te weten hoe dan te reageren. Aanbevelenswaardig is het volgen van een rijvaardigheids- of antislipcursus bij een van de vele instanties zoals ANWB, KNAC, ProDrive Training of Rob Slotemakers antislipschool. Zorg ervoor dat u weet of uw auto voor- of achterwielaandrijving heeft. Nieuwe auto's hebben standaard een antiblokkeerremsysteem, oudere voertuigen vaak niet. Als u zonder ABS in een voorwielslip komt (voorkant van de auto glijdt weg): eerst gas loslaten, rustig bijremmen om blokkeren van de remmen te voorkomen en in de goede richting sturen. Mét ABS vol op het rempedaal gaan staan. De auto blijft bestuurbaar. Als de achterkant uitbreekt (achterwielslip) idem dito, maar ook nog ontkoppelen en tegensturen. Houd bij winterweer nog meer afstand dan normaal.
Bron: